Vrijdagmiddag column 25 september 2020

De column van vrijdag 18 september 2020 eindigde als volgt:
Wat hij een keer gegeten heeft was heel lekker. “Wat heb je dan gegeten?” Vragen wij. “Nou gewoon rood met een witte rand.” Wat zou dat dan kunnen zijn? Het blijft bij: “Gewoon rood met een witte rand.”.

Vrijdagmiddag column 25 september 2020:  

En dat is nou juist het eten dat hij met die andere man geruild heeft. Voor ons wordt het logisch, als we maar tekst en uitleg krijgen. Het voorgerecht op de menukaart was tomatensoep. En dat is nu juist iets wat hij helemaal niet lekker vindt. Als ik aan hem vraag of hij tomatensoep heeft gegeten, blijft hij vol overtuiging vertellen dat hij die absoluut niet lust. Maar rood met een witte rand: ‘dat is toch superlekker’. “Jij hebt vast iets heel lekkers gegeten, ben ik van overtuigd. Dan was het wel rode groentesoep” opper ik. We blijven het voortaan, tot op de dag van vandaag, nog steeds zo noemen. Nu nog na al die jaren eten we rode groentesoep in plaats van tomatensoep.
Verder loopt onze patiënt de hele dag wat rond. De heren die bij hem op de kamer liggen, proberen wat met hem te praten en trachten hem bezig te houden. Maar ook dat is moeilijk. In een gesprek merk je vaak niet, dat mijn man, de vader van onze kinderen, niet echt weet waar het over gaat. En dat is nou net iets wat niet bij hem past. Daarnaast is er nog een groot probleem: hij heeft op die kamer geen eigen radio, geen tekenmateriaal of iets nuttigs, waar hij zich mee bezig kan houden. Dat wordt dan dagelijkse verveling. Omdat er geen therapie wordt gegeven en niets gedaan wordt om hem een beetje vooruit te helpen, krijgt hij steeds slechtere zin. Zelfstandig kan hij nog niet werken aan zijn nieuwe leven, aan zijn nieuwe ontwikkelingen. Hij heeft echt hulp nodig bij iedere stap voorwaarts. “Vrijdagmiddag column 25 september 2020” verder lezen

Vrijdagmiddag column 18 september 2020

De column van vrijdag 11 september 2020 eindigde als volgt:
Hij ligt weer apart op een kamer. Exact dezelfde kamer waar hij eerst lag. Opnieuw gaan we alles plannen en aanpassen aan het schema en ritme van het ziekenhuis. Weer andere tijden voor bezoek. We nemen ook weer diverse spullen tegen de verveling en ter lering mee.

Vrijdagmiddag column 18 september 2020:  

Och, we nemen alles gewoon weer mee, een radio, wat muziek en tekenmateriaal, kunstboeken en leesboeken, allemaal ter kennismaking en voor de ontwikkeling van het brein.
Onze zieke mag in de omgeving van zijn kamer vrij rondlopen, hij verveelt zich enorm. De therapie staat helemaal stil. In het ziekenhuis wordt hij natuurlijk alleen maar verpleegd. Het enige wat hij daar kan doen, is af en toe met ons een uitstapje maken. We gaan samen met hem naar het winkeltje en restaurant bij de hoofdingang een ijsje eten of koffiedrinken. Voor hem is dat tijdens de bezoekuren een grote afleiding en een geheel nieuwe gebeurtenis. Zoals hij zegt: “Volgens mij heb ik absoluut nog nooit een ijsje gegeten.” Later heeft hij nog veel vaker ‘voor het eerst’ een ijsje gegeten. “Vrijdagmiddag column 18 september 2020” verder lezen

Vrijdagmiddag column 11 september 2020

De column van vrijdag 4 september 2020 eindigde als volgt:
De eerste grote etalage die hij ziet maakt zoveel indruk op hem dat hij heel verbaasd en heel hard uitroept: “Wat is dat voor een raar ding. Zoiets heb ik nog nooit gezien. Wat is dat dan? Ken jij dit wel dan?”. 

Column 11 september 2020 uit het boek ROTZAKKEN, HOOFDSTUK 3

De mensen rondom ons blijven plots stil staan en zien mijn man zeer opgetogen naar die etalage turen, ze zien hem uitdrukkelijk wijzen en horen zijn geroep. Mijn directe gedachte is: ‘Oeps, daar hoor ik niet bij! ‘Sorry dames, heren, therapeuten en artsen, geneesheren, kunnen jullie ons niet inlichten’?
Bij alle zorgen hoort dus zeker ook nog een gevoel van gêne, van schaamte. Als mens weet je niet hoe je met dergelijke onverwachte situaties moet of kunt omgaan. Alles in ons leven wat er rondom ons gebeurt, is voor ons gewoon en normaal. Maar voor de zieke blijft alles nieuw. Hij beleeft de hele wereld wel op een zeer interessante manier. En door zijn steeds maar nieuwe ontdekkingen blijven wij ons verbazen. Je komt ook bij vrolijke situaties uit.
Een voorbeeld: iedere keer als wij naar Brabant, naar familie, rijden, zien we bij het verlaten van de autoweg een kunstobject staan. Een grote fiets. Nog voor dat we de autoweg verlaten maken we hem er op attent. We kunnen die fiets dan nog niet zien. “Papa, we weten een heel mooi kunstwerk te staan en dat heb jij nog nooit gezien” hoort hij van de dochter(s). En dan zit hij stomverbaasd te kijken naar een object wat hij al meerdere keren gezien heeft. Het stuur van die fiets is op goothoogte van het appartementencomplex waarvoor de fiets staat. Het zadel op de hoogte van een paar verdiepingen. Voor ons een herkenbare herhaling. Voor hun vader steeds een nieuwe belevenis. “Goh wat mooi, dat heb ik nog nooit gezien. Zou dat er al lang staan?” Vraagt hij iedere keer weer opnieuw. Natuurlijk staat die fiets er al lang, stond er al voordat hij ziek werd. Maar voor hem blijft het altijd weer een nieuwe belevenis. Hij verdiept zich er iedere keer weer opnieuw in en gaat er ook steeds volledig in op. Gelukkig kun je er dus af en toe een grapje over maken. Hoe kun je als leek begrijpen dat alle begrip zo weg kan zijn? Een bacterie, een virusje? En dan zo’n schade in het brein, in die hersenen van een mens?
We gaan alweer met de auto naar Brabant. Als we Roermond naderen (zo’n vijftien kilometer rijden) zijn we voor hem al in Brabant aangekomen. “Maar we moeten nog meer dan honderd kilometer rijden,” ga ik dan maar weer uitleggen. Dan hoor ik naast mij in de auto: “Is dat echt waar, denk jij dat het zover is? Dan gaan we de hele wereld over toch?” Er is helemaal geen besef omtrent de situatie. Totaal geen inzicht over de betekenis: ‘we zijn er nog lang niet’. “Vrijdagmiddag column 11 september 2020” verder lezen

Vrijdagmiddag column 4 september 2020

De column van vrijdag 28 augustus eindigde als volgt:
Dat wordt dus twee keer thuis slapen. De psychiater durft een langere tijd niet aan. De overplaatsing naar het paviljoen is een klein drama. 

Column 4 september 2020 uit het boek ROTZAKKEN, HOOFDSTUK 3

Opnieuw weet de patiënt niet waar hij is, hij is ontheemd! Waar is zijn eigen huis gebleven, die kamer daar in het ziekenhuis, waar hij wekenlang gewoond heeft en gelegen heeft? In het Mgr. Driessenpaviljoen moet er duchtig opnieuw georiënteerd worden. Een zeer moeizaam proces. Dan begint er een soort therapie. Wat er precies gebeurt, kan mijn man zelf niet uitleggen. En het thuisfront hoort verder niets. Ik begrijp dat hij tekent. Er zijn blijkbaar diverse gesprekken met een psychiater en een psycholoog of therapeut. Het schijnt dat hij meedoet aan een soort groepsgesprekken. Hij vindt dat hij zelf niets mankeert. Alle andere patiënten zijn negatieve, sombere mensen en luie personen. Binnen de kliniek ruikt het erg naar rook. Er wordt daar ontzettend veel gerookt. Onder begeleiding worden blijkbaar enkele goede tekeningen gemaakt. Daarnaast horen we van hem dat hij twee portretjes van de kinderen van een therapeut gemaakt zou hebben. Ik heb voorgesteld om er foto’s van te maken, dat is immers heel belangrijk voor hem als beeldend kunstenaar. Ik wilde trouwens de tekeningen zelf ook wel graag zien. Maar ik heb de indruk dat de patiënt zelf niet in de gaten heeft hoe essentieel ‘werkstukken’ voor ons zijn. Juist de kennis van dit gemaakte werk kan later zeker van belang zijn. Niets dus, wij horen van de medici niet eens dat mijn man, de kunstenaar, bepaalde werken heeft gemaakt. Tijdens het bezoekuur is alles hermetisch afgesloten. Alleen die naar rook stinkende koffiekamer niet. Er is geen arts of therapeut te bekennen. Wat er nu allemaal rondom mijn man gebeurt, wordt voor ons een groot raadsel. We kunnen niet zomaar een afspraak maken. Alles moet via hemzelf geregeld worden. Wij, ‘die dommeriken’, moeten dus via iemand die helaas door een hersenbeschadiging niets zelfstandig kan regelen, maar proberen om er wat van te maken. Wat een geweldige omstandigheid. Om van te genieten dus! “Vrijdagmiddag column 4 september 2020” verder lezen

Vrijdagmiddag column 28 augustus 2020

De column van vrijdag 21 augustus eindigde als volgt:
De eerstvolgende dag proefverlof merk je dat hij toch al ietsje meer weet. Hij past al beter in de omgeving. Dus kom op joh, we hebben alweer een stukje winst.

Column 28 augustus 2020 uit het boek ROTZAKKEN, HOOFDSTUK 3

Er zijn nog wel verschillende (vele) gebreken. Hij kent de familie niet, kent geen namen, weet niet wie wij zijn. Z’n vrouw en dochters herkent hij nog steeds niet. Hij heeft afasie en daarnaast kan hij niet aangeven wat ie wil eten. Toch wil hij voortdurend alleen maar eten en drinken. Waarschijnlijk proeft hij geen verschil in de diverse smaken. Volgens de neuroloog is zijn reukorgaan aangetast. Dat betekent voor hem geen normale reuk meer, dus ook geen goede smaakherkenning. Hij kan zich ook absoluut niet oriënteren. Maar juist tijdens de dagen van ‘proefverlof’ blijkt dat de vooruitgang goed werkt. Hij heeft er in ieder geval van geleerd. Elke keer na zo’n proef dag moet hij ’s avonds weer terug zijn in het ziekenhuis. Ja en dan ben je patiënt en word je gedwongen om de hele dag te liggen. Eigenlijk is het de hele dag alleen maar wachten. En dan duurt de tijd lang. De zieke wil niet meer op bed liggen en zit zich verder een beetje te vervelen. Hij kan zichzelf absoluut niet bezighouden. ’s Morgens wordt er soms wel een tekening gemaakt. Het gaat heel langzaam vooruit. Er komt op tijd eten en er komt op tijd bezoek. Verder wordt hij gewoon verpleegd.
Om terug in de wereld te komen blijft er op advies van de neuroloog rondom zijn patiënt veel te doen. Er komen voortdurend vrienden en diverse leerlingen op bezoek. De familie wordt behoorlijk uitgenodigd. En typisch, hij blijft altijd degene die aan het woord is. Druk, druk, druk. Praten, praten, praten. Hij vertelt dat hij ziek was, dat hij rare dingen deed, dat hij domme dingen deed en ook foute dingen deed. We blijven herhalen dat het niet fout is, maar ziek en dat is iets anders. “Vrijdagmiddag column 28 augustus 2020” verder lezen

Vrijdagmiddag column 21 augustus 2020

De column van vrijdag 14 augustus eindigde als volgt:
Dan gaat hij onder begeleiding ondervinden hoe hij naar de wc moet gaan.

Column 21 augustus 2020 uit het boek ROTZAKKEN, HOOFDSTUK 3

Dat lukt jammer genoeg niet altijd. Gelukkig werkt de wasmachine goed. Als wij op bezoek komen, vertelt hij dat hij iets heel raars ontdekt heeft. “Ze hebben hier een heel raar ding. Zoiets heb jij niet,” vertelt hij mij. Ik probeer erachter te komen wat hij bedoelt. Omdat hij in een richting wijst waar dat rare ding is, ga ik toch even kijken. En of het iets raars is? Het is gewoon de wc.
Ook vertelt onze zieke steeds opnieuw dat hij in zijn kamer woont. Dat is zijn huis, zijn thuis. Ik vertel hem dat hij samen met mij een huis heeft, waar wij met onze kinderen wonen. Maar dat kan absoluut niet. Hij begint intussen wel langzaam in te zien dat er meer op de wereld is dan alleen zijn eigen kamer. Zijn eigen wereld, zijn eigen woonhuis zoals hij het een lange tijd blijft noemen. Op een keer vraagt hij nog eens aan zijn dochters: “Weten jullie dat hier aan de overkant ook mensen wonen? Die mogen wel daar wonen maar niet hier in mijn huis.” En dat die mensen daar in hun eigen ‘woonhuis’ wonen maakt een enorme indruk op hem. “Waar woon jij?” Vraagt hij dan aan mij. “Vrijdagmiddag column 21 augustus 2020” verder lezen

Vrijdagmiddag column 14 augustus 2020

De column van vrijdag 7 augustus eindigde als volgt:
Na veel gedoe komen we erachter, dat hij frites heeft gegeten. En we spreken af dat hij bij thuiskomst dat ook vaker te eten krijgt. ‘Zo lekker toch’.
Intussen zijn wij druk aan het proberen om hem terug te brengen in dat leven

Column 14 augustus 2020 uit het boek ROTZAKKEN, HOOFDSTUK 3

Intussen zijn wij druk aan het proberen om hem terug te brengen in dat leven wat bij hem hoort. Bijvoorbeeld tekenen: wat is een potlood, wat is een gum en wat kun je er mee doen? We proberen hem te laten tekenen. Dat is iets wat hij volgens hem nog nooit gedaan heeft en het lukt dan ook niet echt. Wij vragen ons af hoe dit kan, juist omdat hij zelf lesgaf. Tekenen, schilderen en vrije kunst, daar was hij immers bijzonder goed in.
Dan mag hij een keer thuis koffie komen drinken. Hij vraagt hoe dat allemaal moet. Ik leg hem uit dat hij dan met mij in de auto naar Reuver gaat. Hij kan er zich niets bij voorstellen, maar vraagt wel: “Heb jij een auto dan? Nou dan ben je wel stinkend rijk.” Bezit is voor hem blijkbaar onbegrijpelijk. Het koffierondje werd voor hem een ‘reis rond de wereld’.
In de week voor Pasen proberen we om eieren te verven. Precies zoals we vroeger met de kinderen deden: paaseieren verven. En dan blijkt dat een kind van vier jaar beter met eieren, verf en penselen kan omgaan dan onze zieke, onze beeldend kunstenaar. De verf druipt aan alle kanten van de eieren af, dus moet hij leren dat hij alles niet zo nat moet maken. We helpen hem en leggen uit wat hij precies met verf en kwast moet doen en hoe.
Langzaam vorderen we. Als hij hoort en ziet dat hij met een gummetje een foute lijn kan uitgummen (we doen het hem gewoon voor), wordt daar driftig gebruik van gemaakt. We gaan hem uitleggen wat het verschil is in licht en donker in een tekening en vertellen over perspectief. Uiteindelijk komen dan ook nog een keer de primaire en de secondaire kleuren aan bod en proberen hem uit te leggen wat hij met het verschil in die kleuren kan doen. Hij gaat daarin gelukkig goed vooruit. Zou er nog kunstzinnig en artistiek gevoel zijn? In hoeverre zit er nog wat? Volgens de neuroloog zullen we pas over anderhalf jaar weten, wat er nog terugkomt in het brein, wat er nog over is van zijn feitelijke ontwikkeling. “Vrijdagmiddag column 14 augustus 2020” verder lezen

Vrijdagmiddag column 7 augustus 2020

De column van vrijdag 31 juli eindigde als volgt:
Omdat de dokter heeft geadviseerd om veel bezoek te laten komen, gaan we verschillende mensen benaderen. We vragen of zij in het ziekenhuis op bezoek willen komen, speciaal dan ook om met hem veel over het normale leven te praten. 

Column 7 augustus 2020 uit het boek ROTZAKKEN, HOOFDSTUK 3

Er komen teken- en schilderleerlingen, vrienden en familie. De zieke kent echter niemand en weet geen enkele naam, hij herkent slechts een paar kleine aanknopingspunten.
Dan gaat hij ook nog tegen de radio praten. Vertelt hele verhalen en hij vraagt dan steeds aan dat apparaat: “Waar zijn de mensen die zo vaak op bezoek komen.” Hij vraagt of er contact met hem opgenomen kan worden. ‘Waarom reageren die mensen niet’? Volgens de verpleegkundigen is hij daar zeer verbaasd over.
Als dan een keer zijn familie op bezoek komt, is er eentje die steeds aan het woord is, HIJ dus. Er volgt een uur lang een stortvloed van woorden. Wij luisteren allemaal en proberen zo zinnig mogelijke antwoorden te geven. Als er dan een einde komt aan het bezoekuur vraagt hij vol overtuiging: “Wie was hier nou de hele tijd zo veel aan het praten?” “Wie was er nou de hele tijd aan het woord?” Hij kijkt een neef aan en vraagt: “Was jij dat?” Hilarisch, want juist die neef is de enige die helemaal niets gezegd heeft. Hij zat alleen maar stomverbaasd toe te kijken wat er allemaal gebeurde.
Tot half april blijven we zo in dezelfde fase doorsukkelen. Dat hij gedwongen vast moet liggen, zit hem enorm dwars. Opeens wordt besloten om hem alleen ’s nachts nog vast te binden. Verschillende nachten moet hij dan nog gebonden in bed liggen. Als het licht wordt (overdag), mag hij los. Omdat hij zelf het verschil in tijd niet weet, mogen na een paar dagen de gordijnen niet dicht. Zo kan hij zien wanneer het licht is. “Dan mogen de boeien er af” vertelt hij.
Na een aantal nachten hoeft hij ook ’s nachts niet meer vastgebonden te worden. Een van de nachten, toen hij niet meer vastgebonden lag, heeft hij blijkbaar zijn behoefte gewoon op zijn kamer gedaan. Het schijnt dat hij vond dat hij het zelf wel kon oplossen. Een eigenwijs persoon vraagt niet om hulp toch? Hij wil het zelf opruimen, gewoon met zijn handen. “Maar een man en een vrouw hebben dat voor mij gedaan” horen we later van hem. “Vrijdagmiddag column 7 augustus 2020” verder lezen

Vrijdagmiddag column 31 juli 2020

De column van vrijdag 24 juli eindigde als volgt:
Er komen twee hechtingen in de gescheurde wenkbrauw. Alles is dan opgelost en we gaan gewoon weer verder.

Column 31 juli 2020 uit het boek ROTZAKKEN, HOOFDSTUK 3

Na dit voorval moet deze patiënt dag en nacht vastgebonden op bed liggen. Hij mag nu alleen onder begeleiding van verplegend personeel opstaan. Het is niet mogelijk om hem duidelijk te maken dat hij anders weer zou kunnen vallen. Die ene val is hij al meteen vergeten. Omdat ik een paar uur in het ziekenhuis bezig ben geweest, moet ik thuis wat extra harder gaan hollen. Och ja mijn werk op kantoor en eten: het kan altijd nog.

Achter de schermen:
Thuis is er ook nog. We blijven zo’n beetje ronddolen in een stresssituatie. Ja, die 31e dat is dan weer terug naar af. Het houdt niet op. Je zou kunnen denken: ‘Het went op een bepaald moment’.
Het ziekenhuis blijft de hoofdzaak en thuis… och dat is gewoon achter de schermen. En dit blijft uiteindelijk toch wel een beetje bijzaak. Ik ben veel later thuis dan was ingepland. Snel even weer alles op een rijtje zetten: de klanten, wat kan ik nog doen, wat moet ik nog doen. Ook vlug nog even boodschappen halen, we moeten immers eten. Intussen blijft vanuit de familie en vrienden de telefoon steeds roodgloeiend staan. Iedereen leeft mee, iedereen wil weten hoe hun broer, schoonbroer, schoonzoon of vriend eraan toe is. Verder gaat in dit weekend alles gewoon zijn gangetje. Ziekenhuisbezoek, thuis nog even eten en drinken, wat kletsen met de dochters en proberen te slapen. We moeten nog steeds dag en nacht bereikbaar blijven.

er is enorm veel te leren
Onze zieke ligt dan voorlopig een aantal dagen vastgebonden. Hij noemt dat zijn boeien. Op tien april gaat wel de plaat ‘verboden toegang’ van de deur af. “Vrijdagmiddag column 31 juli 2020” verder lezen

Vrijdagmiddag column 24 juli 2020

De column van vrijdag 17 juli eindigde als volgt:
Het afgedaalde rolluik kunnen we voldoende optillen om er onderdoor naar binnen te glippen. Groot geluk, het rolluik werkt weer prima. Wat zijn we toch vakvrouwen.

Column 24 juli 2020 uit het boek ROTZAKKEN, HOOFDSTUK 3

verjaardag
Mijn moeder is jarig, ze wordt 70 jaar. Om het kroonjaar te vieren heeft ze besloten om een zaal te huren, zo kan ze met de hele familie feestvieren. Het feest is wel in West-Brabant. Wij, haar kinderen en de partners, hebben een vrolijke avond verzorgd. De broers en zussen hebben een boekje gemaakt. Voordat de kunstenaar ziek werd is besloten welke liedjes we kunnen zingen en op welke wijsjes wij teksten zullen maken. Zowel de kinderen als ook de kleinkinderen gaan iets feestelijks op de planken zetten. Er worden diverse voordrachtjes voorbereid. Kortom het moet een gezellig feestje worden met een vrolijk tintje.
Al in februari is afgesproken dat ik de teksten zal schrijven en dat diegene die nu zo ernstig ziek is, er dan vervolgens iets moois van van maakt door tekeningen en afbeeldingen toe te voegen. Maar vanaf vijftien maart is alles teruggestuurd naar mijn zussen. Daar is alles verder afgewerkt.
En dan… we mogen helaas niet naar West-Brabant. We moeten wegens dreigend overlijdensgevaar bij Roermond in de buurt blijven. Het is intussen eind maart en dan nog steeds dat dreigende gevaar, dat intense risico. Het feest wordt zo’n 150 km verder gevierd. De afstand is volgens de behandelende medici te ver om te kunnen gaan. Dat kan dus echt niet. Maar uiteindelijk, na veel overleg met de artsen, veel gezeur mijnerzijds en tevens mijn overtuigende: “Ik ga toch,” krijgen mijn dochters en ik toestemming om wel een poosje te gaan. En dat wordt een heel geregel. “Vrijdagmiddag column 24 juli 2020” verder lezen